De profeet (vrede zij met hem) heeft verklaard dat niemand op de Dag des Oordeels voorbij zal gaan aan de plaats van afrekening zonder te worden ondervraagd over zaken die leiden naar het paradijs of het Vuur. Het eerste punt: Hoe heeft hij zijn leven geleefd en besteed? Het tweede punt: Heeft hij kennis opgedaan voor Allah? Heeft hij ernaar gehandeld? En heeft hij het overgedragen aan degenen die er recht op hadden? Het derde punt: Waar heeft hij zijn bezit verworven, vanuit legitieme of ongeoorloofde bronnen? En hoe heeft hij het besteed, met het behagen van Allah of met wat Hem mishagen kan? Het vierde punt: Hoe heeft hij zijn lichaam, kracht, gezondheid en jeugd gebruikt en benut?