Mu'adh ibn Jabal (moge Allah tevreden met hem zijn) reed achter de Profeet (vrede zij met hem) op zijn rijdier, en hij riep hem: 'O Mu'adh?' En hij herhaalde de roep drie keer, als een bevestiging van het belang van wat hij tegen hem zou zeggen. En Mu'adh (moge Allah tevreden met hem zijn) beantwoordde dit alles door te zeggen: 'Hier ben ik, o Boodschapper van Allah, tot uw dienst en vreugde.' Met andere woorden: Ik antwoord u, o Boodschapper van Allah, herhaaldelijk en ik zoek geluk in uw antwoord. Dus informeerde hij (vrede zij met hem) hem dat er niemand is die getuigt dat er geen God is dan Allah, wat betekent dat er geen rechtmatige aanbidder is behalve Allah, en dat Mohammed de Boodschapper van Allah is, met oprechtheid vanuit zijn hart, niet als een leugenaar. Als hij sterft terwijl hij in deze staat is, heeft Allah hem verboden om het Vuur binnen te gaan. Toen vroeg Mu'adh (moge Allah tevreden met hem zijn) de Profeet (vrede zij met hem) of hij de mensen mocht informeren, zodat ze verheugd en blij zouden zijn met goed nieuws? De Profeet (vrede zij met hem) vreesde dat ze te veel op het goede nieuws zouden vertrouwen en dat hun daden zouden verminderen. Mu'adh (moge Allah tevreden met hem zijn) deelde dit nieuws met niemand, behalve vóór zijn dood, uit angst om te zondigen door kennis achter te houden.