De profeet (vrede zij met hem), informeert zijn metgezellen over de grootste der grote zonden en noemde deze drie: 1- Het toekennen van deelgenoten aan Allah: Dit is het toewijzen van enig type van aanbidding aan iemand anders dan Allah, en het gelijkstellen van anderen met Allah in Zijn goddelijkheid, Heerschappij, Namen, en Eigenschappen. 2. Ongehoorzaamheid aan ouders: Dit houdt in dat men schade toebrengt aan zijn ouders, hetzij door woorden of daden, en ook het verzuimen van het tonen van vriendelijkheid en respect jegens hen. 3- Het niet nakomen van de plichten jegens de ouders: Dit omvat elke vorm van kwaad doen aan de ouders, hetzij in woord of daad, en het nalaten goed voor hen te zorgen. De profeet (vrede zij met hem) heeft herhaaldelijk gewaarschuwd tegen het uitspreken van valse verklaringen, om nadruk te leggen op de ernst ervan en de schadelijke gevolgen die het kan hebben voor de samenleving. Zo vaak herhaalde hij deze waarschuwing dat zijn metgezellen wensten dat hij zou zwijgen, uit mededogen voor hem en uit afkeer voor wat hem verstoorde.