De profeet (vrede zij met hem) waarschuwde tegen onrechtvaardigheid, waaronder: Onrecht tegen mensen, onrecht tegen zichzelf en onrecht jegens Allah, de Verhevene. Dat is het nalaten om iedereen hun recht te geven, en onrecht zal duisternis zijn voor degenen die anderen onrecht hebben aangedaan op de Dag des Oordeels, wanneer zij met tegenslagen en beproevingen worden geconfronteerd. Hij vermaande tegen gierigheid, wat een extreme vorm van inhaligheid is in combinatie met hebzucht. Dit omvat het tekortschieten in het nakomen van financiële verplichtingen en een overmatige hechting aan wereldse zaken. Dit soort onrechtvaardigheid heeft volkeren voor ons vernietigd, waarbij ze werden aangezet tot het doden van elkaar en het toestaan van wat Allah verboden heeft gemaakt.