De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) vroeg Ubayy ibn Ka'b naar het grootste vers in Allah's Boek. Hij aarzelde eerst over het antwoord en zei toen: "Allah: niemand heeft het recht om aanbeden te worden behalve Hij, de Altijd Levende, de Onderhouder...} De Profeet (moge Allah's vrede en zegeningen op hem zijn) was het met hem eens en sloeg hem op de borst, daarmee aangevend dat deze gevuld is met kennis en wijsheid. Hij smeekte ook dat deze kennis aangenaam en gemakkelijk voor hem zou zijn.