De engel Giebriel (vrede zij met hem) zat bij de Profeet (vrede zij met hem), toen hij plots een geluid hoorde dat klonk als het openen van een poort in de hemel. Giebriel hief zijn hoofd en zijn blik op naar de hemel, en berichtte de Profeet: ‘Vandaag is er een poort van de hemel geopend, een poort die nooit eerder geopend werd, behalve op deze dag.’ Vervolgens daalde er een engel door die poort neer naar de aarde, een engel die voordien nooit eerder naar de aarde was neergedaald. De engel begroette de Profeet (vrede en zegeningen van Allah zij met hem) en sprak tot hem: ‘'Verheug u over twee verlichtingen die u zijn geschonken, en die geen enkele profeet vóór u werden verleend: soerat Al-Faatiha (de Opening van het Boek) en de slotverzen van soerat Al-Baqarah.’' Daarop vervolgde de engel: ‘'Geen mens zal een enkel woord uit deze verzen reciteren, of Allah, de Verhevene, zal hem schenken wat daarin besloten ligt aan goedheid, gebed en behoeftebevrediging.’'