De profeet (vrede zij met hem) vroeg zijn metgezellen: Willen jullie dat ik jullie informeer en onderwijs over jullie beste, nobelste, zuiverste, en meest verheven daden bij Allah, de Verhevene, de Almachtige? En zal deze verheffen tot de hoogste rangen in jullie verblijf in het paradijs? En dit is beter voor jullie dan het geven van liefdadigheid met goud en zilver? En beter voor jullie dan het treffen van de ongelovigen in de strijd, waarbij jullie hun nekken slaan en zij de jullie slaan? De metgezellen zeiden: Ja, we willen dat. De profeet (vrede zij met hem) zei: "Het gedenken van Allah, de Verhevene, dient te alle tijden en onder alle omstandigheden plaats te vinden, in welke hoedanigheid dan ook."