De Profeet (vrede zij met hem) heeft meegedeeld dat degene die zegt: (La ilaha illa Allah) Er is niets dat terecht als godheid aanbeden wordt behalve Allah alleen; (Wahdahu la sharika lah) Hij is de Enige, zonder deelgenoot in Zijn Goddelijkheid, Heerschappij, Namen en Eigenschappen; (Lahul-mulku) aan Hem behoort de absolute heerschappij over al wat bestaat; (Wa lahul-hamdu) aan Hem komt alle lof toe over alles wat Hij geschapen en beschikt heeft; (Wa huwa 'ala kulli shay'in qadir) en Hij beschikt over de volmaakte macht over alle dingen, zonder dat iets Hem tegenhoudt. Wie deze verheven lofprijzing honderdmaal daags uitspreekt, zal een beloning ontvangen alsof hij tien slaven heeft vrijgekocht; voor hem worden honderd goede daden opgetekend, honderd zonden uitgewist en hij zal die gehele dag beschermd zijn tegen de listen en het kwaad van Satan. Niemand zal die dag boven hem uitstijgen, behalve degene die méér heeft verricht dan hij.