De profeet (vrede zij met hem) informeerde de metgezellen over de overwinning van de moslims op de joden van Khaybar de volgende dag, door de hand van een man aan wie hij de vlag zou geven. Dit was het teken dat het leger als symbool zou dragen. Deze man kenmerkte zich doordat hij van Allah en Zijn boodschapper hield, en Allah en Zijn boodschapper hielden van hem. Die nacht speculeerden de metgezellen over wie deze eer zou krijgen, verlangend naar deze grote eer. Toen de ochtend aanbrak, gingen ze naar de profeet (vrede zij met hem), in de hoop allemaal deze eer te ontvangen. Hij vroeg naar Ali ibn Abi Talib (moge Allah tevreden zijn met hem). Er werd gezegd dat hij ziek was en klaagde over zijn ogen. De profeet (vrede zij met hem) stuurde naar hem en toen hij kwam, spuwde hij in de ogen van Ali met zijn heilige speeksel en bad voor hem. Onmiddellijk genas hij, alsof hij nooit ziek was geweest. Toen gaf hij hem de vlag en beval hem zachtjes voorwaarts te gaan totdat hij het vijandelijke fort naderde en hen uitnodigde tot de Islam. Als ze hem gehoorzamen, zou hij hen vertellen wat hun verplichtingen zijn. Vervolgens legde de profeet (vrede zij met hem) uit aan Ali de verdienste van het uitnodigen tot Allah en dat als een oproeper één persoon leidt tot leiding, dat beter voor hem is dan het bezitten van de rode kamelen, die het meest waardevol zijn onder de Arabieren, of het weggeven ervan in liefdadigheid.