De profeet (vrede zij met hem) bericht over de voortreffelijkheid van vroeg naar het vrijdaggebed gaan. De vroegte vangt aan met de gloren van de dageraad en strekt zich uit tot de komst van de imam. Deze periode van vijf uur is onderverdeeld in vijf gelijke tijdsdelen, gerekend vanaf zonsopgang tot het betreden van de preekstoel door de imam voor de lezing van de khoetbah. De eerste: Wie zich ritueel wast zoals voor de grote wassing (ghoesl al-djanabah), en vervolgens in het eerste uur naar de vrijdagmoskee gaat, is alsof hij een kameel heeft gedoneerd. De tweede: Wie in het tweede uur gaat, is alsof hij een koe heeft gedoneerd. De derde: Wie in het derde uur gaat, is alsof hij een ram met hoorns heeft gedoneerd. De vierde: Wie in het vierde uur gaat, is alsof hij een kip heeft gedoneerd. De vijfde: Wie in het vijfde uur gaat, is alsof hij een ei heeft gedoneerd. Wanneer de imam verschijnt om de preek te geven, houden de engelen die bij de deuren zaten om de namen van de binnenkomers te registreren op, en komen ze binnen om de dzikr en de preek te beluisteren.