De profeet (vrede zij met hem) verbood het gebed in de aanwezigheid van voedsel waarnaar de ziel van de biddende persoon verlangt, en waarmee zijn hart verbonden is (want het gebed is gebaseerd op concentratie middels liefde en vrees en hoop). Evenzo verbood hij het gebed tijdens het weerstaan van de twee meest onreine zaken - namelijk urine en ontlasting - vanwege de afleiding veroorzaakt door het afweren van deze ongemakken.