De Profeet (vrede zij met hem) waarschuwde degenen die hun ogen naar de hemel richten tijdens hun gebed, of het nu bij het doen van een smeekbede is of op een ander moment. Hij waarschuwde hen streng en dreigde dat hun gezichtsvermogen hen snel zou worden ontnomen, zonder dat ze het zouden merken, waardoor ze de zegen van het gezichtsvermogen zouden verliezen.