De Profeet (vrede zij met hem) zat eens met zijn metgezellen, waaronder Aboe Bakr en Omar, toen hij plots opstond en langer wegging dan normaal. De metgezellen maakten zich zorgen dat hij misschien door vijanden was overvallen, gevangen genomen of op een andere manier in gevaar was gebracht. Bezorgd en ongerust, stonden de metgezellen op om naar hem te zoeken en Aboe Hoeraira (moge Allah tevreden zijn met hem ) was de eerste die zich haastte om de Profeet (vrede zij met hem) te vinden. Hij kwam bij een ommuurde tuin van de stam van Banoe Nadjar en liep rond de omheining op zoek naar een ingang, maar vond er geen. Uiteindelijk ontdekte hij een smalle opening waar water doorheen stroomde. Hij wrong zich door deze opening en vond daar de Profeet (vrede zij met hem) en hij zei: "Ben jij het, Aboe Hoeraira?" Hij antwoordde: ja. Hij vroeg: Wat scheelt er? Aboe Hoeraira zei: "Ik bevond me tussen hen, toen stond ik op en je bleef langer weg dan verwacht, waardoor we vreesden dat je misschien van ons zou afdwalen. We raakten in paniek en ik was de eerste die in paniek raakte. Ik liep naar deze muur en verschool mij, zoals een vos zich verschuilt, terwijl de mensen achter mij stonden. Toen gaf de Profeet (vrede zij met hem) zijn sandalen aan Aboe Hoeraira als een teken en zei: “Neem deze sandalen en aan iedereen die je ontmoet aan de andere kant van deze tuin en die met een oprecht hart getuigt dat er geen god is dan Allah, breng hem het goede nieuws van het Paradijs.” De eerste die Aboe Hoeraira ontmoette was Omar, die vroeg: “Wat zijn dat voor sandalen, O Aboe Hoeraira?” Aboe Hoeraira antwoordde: “Dit zijn de sandalen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem). Hij heeft me gestuurd om het goede nieuws van het Paradijs te brengen aan wie met oprecht hart getuigt dat er geen god is dan Allah.” Omar raakte toen met zijn hand de borst van Aboe Hoeraira aan, waardoor hij achterover viel en zei: "Keer terug, Aboe Hoeraira." Teruggekeerd bij de Profeet (vrede zij met hem) was Aboe Hoeraira zichtbaar aangedaan en stond hij op het punt om te huilen, terwijl Omar achter hem aan was gekomen. De Profeet (vrede zij met hem) vroeg: "Wat is er, Aboe Hoeraira?" Ik zei: ‘Ik kwam Omar tegen en vertelde hem wat u mij had opgedragen. Hij gaf me een klap waardoor ik achterover viel en zei: ‘Keer terug.’ Hierop vroeg de Profeet aan Omar: "Wat dreef je ertoe om dat te doen, Omar?" Omar antwoordde: "O Boodschapper van Allah, bij mijn vader en moeder, hebt u Aboe Hoeraira met uw sandalen gestuurd om aan iedereen die getuigt dat er geen god is behalve Allah het Paradijs te verkondigen?" Hij zei: Ja "Doet u dat liever niet," zei Omar, "ik vrees dat de mensen zich dan enkel op die woorden zullen baseren zonder verder te handelen." Toen stemde de Profeet (vrede zij met hem) in en zei: “Laat hen dan maar werken.”