Oem Salama, (moge Allah tevreden zijn met haar) heeft aan de profeet (vrede zij met hem), verteld dat toen ze in het land van Habasja (Abessinië) was, ze zag een kerk die Maria noemde. In deze kerk waren er beelden, versieringen en afbeeldingen, en ze verwonderde zich erover. De profeet (vrede zij met hem), legde de redenen uit voor het plaatsen van deze afbeeldingen. Hij (vrede zij met hem), verklaarde: "De mensen waarover je spreekt, plachten, wanneer een rechtvaardig persoon onder hen overleed, een moskee te bouwen over zijn graf en afbeeldingen te maken." De profeet (vrede zij met hem), verduidelijkte dat degenen die dat deden, zijn de slechtste van de schepping in de ogen van Allah, omdat hun handeling leidde tot het toekennen van partners aan Allah, de Verhevene.