De profeet (vrede zij met hem) legde enkele regels uit met betrekking tot reinheid, waaronder: Ten eerste, degene die woedoe (rituele wassing) verricht, moet water in zijn neusgaten inademen en het er ook weer uitademen. Ten tweede, als iemand vuil van zijn lichaam wil verwijderen en het wil schoonmaken zonder water, zoals met stenen of iets dergelijks, dan moet het aantal keren dat hij dit doet oneven zijn, met een minimum van drie keer en maximaal het aantal keren dat nodig is om het vuil volledig te verwijderen en de plaats schoon te maken. Ten derde, als iemand 's nachts wakker wordt en zijn hand in een emmer wil steken om woedoe (rituele wassing) te verrichten, dan moet hij zijn hand buiten de emmer ,drie keer, wassen voordat hij deze in de emmer steekt. Hij weet namelijk niet waar zijn hand is geweest, en daarom kan hij niet zeker zijn van de zuiverheid ervan. De duivel kan ermee gespeeld hebben en mogelijk schadelijke of vervuilende stoffen op de hand hebben gebracht die schadelijk kunnen zijn voor de persoon of het water.