De profeet (vrede zij met hem) verklaarde dat er geen profeet door Allah is gezonden naar een volk vóór hem, zonder dat hij uit zijn volk trouwe volgelingen en ondersteuners had, oprechte strijders die geschikt waren om hem op te volgen; zij volgden zijn voorbeeld en gehoorzaamden zijn bevelen. Vervolgens kwamen er na deze vrome voorgangers mensen die geen enkel goed in zich hadden; zij spraken zonder te handelen en deden wat hun niet was opgedragen. Wie tegen hen strijdt met zijn hand, is een gelovige; wie tegen hen strijdt met zijn tong, is een gelovige; wie tegen hen strijdt met zijn hart, is een gelovige. En na dat alles is er geen greintje geloof meer over.