Een Arabiere man die in de woestijn woonde vroeg aan de profeet (vrede zij met hem): "Wanneer is het uur van de Dag des Oordeels?" De profeet (vrede zij met hem) zei tegen hem: "En wat heb je voorbereid voor die tijd met goede daden?" De man antwoordde: "Ik heb geen grootschalige daden voorbereid behalve dat ik van Allah en Zijn boodschapper houd." Hij noemde geen andere vormen van aanbidding, hetzij van het hart, het lichaam of materieel, omdat zij allemaal vertakkingen zijn van de liefde die daardoor worden aangemoedigd, en omdat oprechte liefde een bron is van ijver voor goede daden. De profeet (vrede zij met hem) zei tegen hem: "Jij zult zijn bij degenen van wie je houdt in het paradijs." De metgezellen van de profeet (vrede zij met hem) waren buitengewoon blij met dit goede nieuws. Toen vertelde Annas (moge Allah tevreden zijn met hem ) dat hij van de profeet (vrede zij met hem) houdt, evenals van Aboe Bakr en Omar, en hij hoopt bij hen te zijn, zelfs als zijn daden niet zo zijn als die van hen.