Oebay ibn Kaʿb — moge Allah tevreden over hem zijn — vertelde dat er een man was uit de Ansaar, die tot de mensen behoorde wiens woning het verst van de moskee van de Profeet lag, en toch miste hij geen enkel gebed; integendeel, hij was telkens aanwezig bij het gebed samen met de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem): Er werd tegen hem gezegd: "Waarom koop je geen ezel, zodat je in de duisternis van de nacht en in de verzengende hitte overdag daarop kunt rijden?" Daarop antwoordde hij: "Het zou mij niet verblijden als mijn huis naast de moskee stond; ik verlang er immers naar dat Allah elke stap die ik zet naar het gebed in de moskee, evenals mijn terugkeer naar mijn gezin, voor mij noteert als een goede daad." Toen deze woorden de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) bereikten, zei hij: "Allah heeft dat alles reeds volledig voor jou verzameld."