De profeet (vrede zij met hem) bad om nederigheid en schaamte, totdat het leek alsof hij zijn neus in het stof plaatste - hij herhaalde het drie keer - Hij werd gevraagd: 'Wie is degene, o boodschapper van Allah, waarover je hebt gebeden?'" Hij (vrede zij met hem) antwoordde: "Degene die zijn ouders bereikt heeft in hun ouderdom - een van hen of beiden - en niet als reden heeft gediend voor hun toegang tot het paradijs; dit vanwege het niet goed behandelen en respecteren van hen.