Toen de profeet (vrede zij met hem) terugkeerde van de afscheidsbedevaart, vroeg hij aan een vrouw van de Ansar die niet op bedevaart was gegaan: "Wat weerhield je ervan om met ons op bedevaart te gaan? Ze verontschuldigde zich door te zeggen dat ze slechts twee kamelen hadden. Haar man en zoon deden de bedevaart op één van hen, terwijl de andere achterbleef om water uit de put te halen. De profeet (vrede zij met hem) vertelde haar dat het verrichten van de kleine bedevaart (Umrah) in de maand ramadan gelijk staat aan de beloning van de grote bedevaart (Hadj).