De Profeet (vrede zij met hem) verduidelijkte dat een moslim zes rechten heeft ten aanzien van zijn medemoslim: 1. Als hij hem ontmoet, groet hij hem met de woorden: "Vrede zij met u (as-salaamoe 'alaykoem)", waarop de ander antwoordt: "En vrede zij met u (wa 'alaykoem as-salaam)." 2. Hij beantwoordt diens uitnodiging wanneer hij hem uitnodigt voor een maaltijd of andere gelegenheden. 3. Hij geeft hem oprechte raad als hem daarom wordt gevraagd, zonder hem te vleien of te misleiden. 4. Als iemand niest en zegt: "Alle lof behoort aan Allah (alhamdoe lillaah)," wens je hem genade met de woorden: "Moge Allah u genadig zijn (yarhamoeka Allah)." Hierop antwoordt de ander: "Moge Allah u leiden en uw toestand verbeteren (yahdikoem Allah wa yuslih baalakum)." 5. Hij bezoekt hem wanneer hij ziek is. 6. Hij verricht het gebed voor hem bij zijn overlijden en volgt zijn begrafenisstoet tot de teraardebestelling.