De Profeet (vrede zij met hem) beschreef een aspect van de Dag des Oordeels, namelijk dat de mensen na hun opstanding uit de graven verzameld worden voor het rekeningschap, in een toestand van naaktheid, zonder schoenen en kleren, onbesneden en onbedekt zoals zij ter wereld kwamen. Toen hoorde ‘Aïsha, de Moeder der Gelovigen, dit en vroeg vol verbazing: “O Boodschapper van Allah, zullen mannen en vrouwen dan allemaal elkaar zien?” De Profeet (vrede zij met hem) maakte haar duidelijk dat de omstandigheden en de ontzagwekkende gebeurtenissen van die Dag zó overweldigend zullen zijn dat niemand aandacht zal schenken aan het zien van elkaars naaktheid.