De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) vernam iets over zijn metgezellen, namelijk dat zij hem veel vragen stelden. Dit wekte zijn ongenoegen, waarop hij opstond en sprak: "De hemel en de hel werden aan mij getoond; ik heb vandaag in de hemel het meeste goed gezien en in de hel het meeste kwaad. Als jullie zouden zien wat ik heb gezien en weten wat ik weet, dan zouden jullie intens begaan zijn, zouden jullie veel minder lachen en veel meer huilen." Anas (moge Allah tevreden zijn met hem ) zei: Er kwam geen dag voor de metgezellen van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) die zwaarder was dan deze. Ze bedekten hun hoofden en er was een geluid, als een rouwklacht, dat uit de neus kwam door de intensiteit van hun verdriet. Toen stond Omar (moge Allah tevreden zijn hem ) op en zei: "We zijn tevreden met Allah als onze Heer, met Islam als ons geloof en met Mohammed als onze Profeet." Hij zei: En dan stond een man op en vroeg: "Wie is mijn vader?" Hij zei: "Je vader is die-en-die," en vervolgens werd het volgende geopenbaard: {O jullie die geloven, vraag niet naar dingen die, als ze aan jullie worden onthuld, jullie zouden kunnen schaden.} [Al-Ma'idah: 101]