De eerbiedwaardige metgezel, Abdoellah ibn Khoebayb (moge Allah tevreden zijn met hem), vertelt dat zij op een regenachtige nacht, waarin duisternis heerste, vertrokken om de boodschapper van Allah (vrede zij met hem) te vinden om gezamenlijk te bidden. Zij vonden hem. Toen zei de profeet (vrede zij met hem) tegen hem: 'Zeg' - dat wil zeggen, lees - maar hij las niets. Toen herhaalde de profeet (vrede zij met hem) zijn woorden, waarop Abdoellah zei: 'Wat moet ik lezen, o boodschapper van Allah? De profeet (vrede zij met hem) zei: 'Reciteer Soerat Al-Ikhlas (Zeg: Hij is Allah, de Enige), de twee laatste hoofdstukken van de Koran, Soerat Al-Falaq (Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de dageraad) en Soerat An-Nas (Zeg: Ik zoek mijn toevlucht bij de Heer van de mensen), 's avonds en 's ochtends, drie keer, ze zullen je beschermen tegen al het kwaad en je behoeden voor elk onheil.