De Profeet (vrede zij met hem) stelde de Zakaat al-Fitr na Ramadan verplicht, in een hoeveelheid van één sâʿ, die het gewicht heeft van vier moedds. Een moedd is de vulling van de handen van een gemiddelde man en kan worden gegeven in dadels of gerst, verplicht voor iedere moslim—vrij of slaaf, man of vrouw, jong of oud—op voorwaarde dat men voldoende voedsel heeft voor de dag en nacht, zowel voor zichzelf als voor degenen die men onderhoudt. Hij beval dat deze zakat gegeven moest worden vóórdat de mensen vertrekken naar het Eid-gebed.