Oem Salama, de moeder der gelovigen (moge Allah tevreden zijn met haar), vertelde dat zij de Profeet (vrede zij met hem) eens hoorde zeggen: Er is geen moslim die door een tegenslag wordt getroffen en vervolgens de woorden uitspreekt die Allah voor hem heeft aanbevolen: {Wij behoren aan Allah toe en tot Hem keren wij terug} [Al-Baqara: 156], (O Allah, beloon mij) en beloon mij voor mijn geduld (mijn tegenslag) en geef mij in plaats (en schenk mij) (iets beters in de plaats). Oem Salama vervolgde: Toen Aboe Salama overleed, zei ik: ‘Wie onder de moslims is beter dan Aboe Salama, de eerste die met zijn gezin emigreerde naar de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem)?’ Maar Allah gaf mij de kracht om de woorden uit te spreken en Hij schonk mij als vervanging niemand minder dan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem), beter dan Aboe Salama."