Anas ibin Malik, moge Allah tevreden zijn over hem, vertelde dat hij in de schenking was van degenen die in het huis van de vrouw van Aboe Talha, moge Allah tevreden zijn over hem, verbleven. Op die dag serveerden zij de 'Fadhikh', een mengsel van dadels en onrijpe vruchten. Toen klonk de oproep van de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem): “Weet dat wijn verboden is.” Aboe Talha zei tegen mij: “Ga naar buiten en giet het weg.” Ik ging naar buiten, goot het weg en het stroomde door de straten van Medina. Sommigen zeiden: “Er zijn enkele metgezellen gedood terwijl het nog in hun buik zat.” Toen zond Allah het volgende neer: {Voor degenen die geloven en goede daden verrichten, is er geen zonden in wat zij gegeten hebben} [Al-Ma'idah: 93]. Dat wil zeggen: degenen die geloven dragen geen schuld voor wat zij gegeten en gedronken hebben aan wijn vóór de verbodstelling ervan.