Een man kwam naar de Profeet (vrede zij met hem) en zei: "(Vrede zij met u)." De Profeet antwoordde hem en de man ging zitten. Toen zei de Profeet: "Voor hem zijn tien goede daden geschreven." Vervolgens kwam er een andere man binnen en zei: "(Vrede zij met u en de genade van Allah.)" De Profeet antwoordde hem en de man ging zitten. Toen zei de Profeet: "Voor hem zijn twintig goede daden geschreven." Toen kwam er weer een man binnen en zei: "(Vrede zij met u, de genade van Allah en Zijn zegeningen.)" De Profeet antwoordde hem en de man ging zitten. Toen zei de Profeet: "Voor hem zijn dertig goede daden geschreven." Dat wil zeggen: voor elk uitgesproken woord zijn er tien goede daden.