De Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) draagt drie zaken op: Ten eerste: Godsvrucht (taqwa) jegens Allah door de verplichte daden te verrichten en de verboden te vermijden, in elke plaats, op elk moment, en in iedere omstandigheid: in het verborgene en in de openbaarheid, in tijden van welzijn en tijden van beproeving, en in alle andere situaties. Ten tweede: Wanneer je in een zonde vervalt, laat er dan een goede daad op volgen (zoals het verrichten van het gebed, het geven van aalmoezen, het doen van goedheid, het onderhouden van familiebanden, het betonen van berouw en dergelijke) want dat wist de slechte daad uit. Ten derde: Bejegening van de mensen met voortreffelijke zeden: Door een glimlach in hun gezicht, zachtheid en mildheid in de omgang, het verlenen van weldaden, en het terughouden van elke vorm van schade.