De Profeet (vrede zij met hem) beveelt degenen die belast zijn met de verdeling van een nalatenschap om deze toe te wijzen aan haar rechtmatige erfgenamen volgens een rechtvaardige en religieus correcte verdeling, zoals Allah, de Verhevene, het heeft gewild. De rechthebbenden op de vastgestelde delen ontvangen hun toebedeelde porties zoals bepaald in het Boek van Allah, namelijk tweederden, een derde, een zesde, de helft, een kwart en een achtste. Wat daarna overblijft, wordt gegeven aan de mannelijk naaste van de overledene, die zij de 'asaba' noemen.