De profeet (vrede zij met hem) bericht ons dat elke gelovige op de dag des oordeels alleen voor Allah zal staan, en dat Allah de Almachtige hem zonder tussenpersoon zal toespreken, zonder dat er een tolk is die de woorden vertaalt. De gelovige zal uit angst naar rechts en links kijken, in de hoop een uitweg te vinden om te ontsnappen aan het vuur dat voor hem ligt. Als hij naar rechts kijkt, ziet hij niets anders dan zijn goede daden. Als hij naar links kijkt, ziet hij niets anders dan zijn slechte daden. En als hij naar voren kijkt, ziet hij niets anders dan het vuur, waaraan hij niet kan ontsnappen, want hij moet over de Sirat (de Brug) gaan. Daarna zei de profeet (vzmh): "Maak een schild tussen jezelf en het vuur door aalmoezen te geven en goede daden te verrichten, zelfs al is het maar iets kleins, zoals de helft van een dadel."