De moeder der gelovigen, Aisha, moge Allah tevreden zijn met haar, werd gevraagd naar het karakter van de Profeet (vrede zij met hem) en zij antwoordde: Hij had geen neiging tot grofheid of lelijkheid in zijn woorden en daden, noch zocht hij opzettelijk het vulgaire op. Hij was geen luidruchtige die zijn stem in de markten verhief en hij vergold kwaad niet met kwaad, maar beloonde het met het goede. Hij vergaf in zijn hart en toonde uitwendig vergevingsgezindheid en wende zich ervan af."