De Moeder der Gelovigen, Aïsha, moge Allah tevreden met haar zijn, vertelde dat een behoeftige vrouw, die twee dochters bij zich droeg, haar om hulp vroeg. Zij gaf haar drie dadels. De vrouw schonk elke dochter een dadel en hief een dadel op naar haar mond om die zelf te eten. Haar dochters verlangden naar de dadel die zij wilde eten, waarop zij die in tweeën splitste en deelde tussen hen. Deze daad van de vrouw boeide Aïsha zeer, waarna zij vertelde aan de Profeet (vrede zij met hem) wat de vrouw had gedaan. Hij sprak toen: Voorwaar, Allah heeft haar met deze dadel het Paradijs verplicht gesteld, of haar daarmee van het Vuur vrijgekocht.