De profeet (vrede zij met hem) bad om uitsluiting en verwijdering uit de genade van Allah, de Verhevene, voor degene die omkoopt, degene die de omkoping accepteert, en degene die deze in ontvangst neemt. Hiertoe behoort ook wat aan rechters wordt betaald om oneerlijk te zijn in het oordeel dat zij vellen, zodat de gever zijn doel kan bereiken zonder rechtvaardigheid.