De Profeet (vrede zij met hem) waarschuwde dat als iemand een ander beschuldigt van immoraliteit of ongeloof en als de beschuldigde niet daadwerkelijk zo is, de beschuldiger zelf als zodanig wordt beschouwd en zijn uitspraak op hem terugvalt. Als de beschuldigde echter werkelijk zo is, valt de beschuldiging niet op hem terug omdat deze dan de waarheid heeft gesproken.