De Profeet (vrede zij met hem) zei tijdens intense nood en verdriet: "(Er is geen god dan Allah) er is geen rechtmatige godheid dan Allah, (de Almachtige) verheven in zijn waardigheid, majesteit en eigenschappen en daden; (de Zachtmoedige) die de zondaar niet onmiddellijk straft, maar zijn straf uitgesteld houdt en hem zelfs kan vergeven, ondanks de mogelijkheid om hem te straffen; Hij is de Almachtige, de Verhevene, over alle zaken." (Er is geen god dan Allah, de Heer van de Grote Troon) de Schepper van de Grote Troon; (er is geen god dan Allah, de Heer van de Hemelen en de Aarde) de Schepper van de Hemelen en de Aarde, de Schepper van alles wat daarin is, zijn Bezitter en Onderhouder, die ermee omgaat zoals Hij wil; (de Heer van de Edele Troon) de Schepper van de Edele Troon.