De Edele Profeet (vrede zij met hem) berichtte dat hij, toen hij tijdens de gezegende Nacht van de Hemelvaart werd opgeheven naar de hemelen, een volk zag dat zichzelf met lange, scherpe nagels van koper gruwelijk toetakelde: zij scheurden hun gezichten en borstkassen open. Uit verwondering vroeg hij aan de engel Gabriël (vrede zij met hem) wat de reden voor deze huiveringwekkende bestraffing was. Gabriël verklaarde: "Dit zijn degenen die roddelen, kwaadspreken en zich vergrijpen aan de eer van anderen door hun tong, zonder recht of rechtvaardiging."