Sommige metgezellen vroegen de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) en zeiden: "Wij eten, maar wij ervaren geen verzadiging." Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem) tegen hen: "Misschien eten jullie wel afzonderlijk, zodat ieder van jullie voor zichzelf eet?" Zij zeiden: "Ja." Daarop sprak hij — vrede zij met hem: "Schaart u dan samen en eet gezamenlijk, zonder u van elkaar af te zonderen en gedenk de Naam van Allah bij het eten door te zeggen: ‘In de Naam van Allah.’ Dan zal daarin zegen voor u liggen en zult u verzadigd raken."