Er werd aan de Moeder der Gelovigen, Aïsha — moge Allah tevreden met haar zijn — gevraagd naar de toestand van de Profeet (vrede zij met hem) in zijn huis en hoe hij zijn werkzaamheden verrichtte. Zij antwoordde: "Hij was een mens als alle mensen en verrichtte de taken die mannen in hun huizen ook verrichten; hij diende zichzelf en zijn gezin. Hij melkte zijn schaap, maakte zijn kleding weer heel, repareerde zijn sandalen en richtte zijn wateremmer. En wanneer het tijd was om het gebed op te richten, begaf hij zich er onmiddellijk heen, zonder uitstel."