Aïsha, de moeder der gelovigen (moge Allah tevreden met haar zijn) vertelde dat er eens een vrouw bij haar kwam, vergezeld van haar twee dochters. De vrouw vroeg haar om iets eetbaars, maar Aïsha trof in huis niets anders aan dan één enkele dadel. Zij overhandigde haar die dadel, waarop de vrouw deze verdeelde tussen haar twee dochters en er zelf niets van at. Vervolgens stond zij op en vertrok. Niet lang daarna betrad de Profeet (vrede zij met hem) het huis en Aïsha vertelde hem wat er zojuist had plaatsgevonden. Daarop sprak hij: "Wie zorg draagt voor deze dochters — wie zich over hen ontfermt, hen opvoedt met edel karakter, hen voedt, hen te drinken geeft, hen kleedt en daarbij geduldig volhardt — voor hem zullen zij een beschermend schild en een afweer zijn tegen het Vuur."