De Profeet (vrede zij met hem) deed een dua van een vervloeking, verbanning en verwijdering van de barmhartigheid van Allah, de Verhevene, over vier groepen: 1. De vrouw die het haar van zichzelf of van een ander verlengt door het te verbinden met ander haar. 2. De vrouw die een ander verzoekt haar haar te verlengen door het te verbinden met ander haar. 3. De tatoeëerster die een naald in een deel van het lichaam steekt, zoals het gezicht, de hand of de borst, en daar kohl of iets dergelijks inbrengt, waardoor het effect blauw of groenachtig wordt, ter verfraaiing en opsmuk. 4. De vrouw die vraagt om zo'n tatoeage te laten aanbrengen. Deze handelingen behoren tot de grote zonden.