De Profeet (vrede zij met hem) bracht deze boodschap over om te benadrukken dat zijn zending door Allah is bedoeld om de nobele en waardevolle eigenschappen van de moraal te versterken. Hij werd gezonden als een aanvulling op de eerdere profeten en om de goede karaktereigenschappen van de Arabieren, zoals hun liefde voor het goede en hun afkeer van het kwade, verder te ontwikkelen. Dit omvatte ook het aanpakken van tekortkomingen in hun gedrag, zoals trots op afstamming en minachting voor de armen.