De Profeet (vrede zij met hem) heeft verboden dat iemand meer dan tien zweepslagen krijgt, behalve in het geval van misdaden. Hierbij is het niet de bedoeling dat er een specifiek aantal zweepslagen, slagen of straffen door de wetgever is vastgesteld; de betekenis is dat er bij tuchtiging niet meer dan tien zweepslagen mogen worden gegeven, zoals bij het straffen van een echtgenote of een zoon.