De Profeet (vrede zij met hem) waarschuwde ervoor dat een moslim zijn medemoslim niet "ongelovige" moet noemen, want door dit woord heeft één van hen het recht op beschuldiging van ongeloof. Als het waar is wat hij heeft gezegd, dan geldt het voor de ander en anders keert deze beschuldiging van ongeloof terug op degene die het uitgesproken heeft.