De Profeet (vrede zij met hem) heeft de moslim onderricht dat, wanneer hij de moskee wenst te betreden, hij eerst de groet aan de Profeet (vrede zij met hem) dient te brengen door te zeggen: “O Allah, zegen en groet Mohammed,” en vervolgens: “O Allah, open voor mij de poorten van Uw barmhartigheid.” En wanneer hij de moskee verlaat, laat hij dan eveneens de groet brengen aan de Profeet (vrede zij met hem) en zeggen: “O Allah, behoed mij voor de vervloekte satan.” En in een overlevering volgens Al-Haakim: “Laat hij zeggen: O Allah, bescherm mij tegen de vervloekte satan.”