"De Profeet (vrede zij met hem) heeft vrouwen verboden om langer dan drie dagen te rouwen om een overledene – of het nu om een vader, een broer, een zoon of een ander gaat – door het nalaten van uiterlijke verfraaiing, zoals het gebruik van geurige oliën, oogkohl, sieraden en mooie kledij. Een uitzondering hierop geldt enkel voor de rouwperiode om een echtgenoot, die vier maanden en tien dagen bedraagt. Tijdens deze periode draagt zij geen kleding die voor verfraaiing is geverfd, met uitzondering van het zogenoemde ‘ʿasb-kleed’: een Jemenitisch gewaad dat reeds vóór het weven is geverfd. Zij brengt geen oogkohl aan ter verfraaiing, noch parfumeert zij zich met geurige oliën of andere geurstoffen. Een uitzondering wordt echter toegestaan wanneer zij zich na haar menstruatie baadt: dan mag zij een klein beetje qusto of azfaar – twee soorten wierook – gebruiken. Deze zijn niet bedoeld als geurmiddel in de zin van verfraaiing, maar worden toegestaan om de onaangename geur van het menstruatiebloed te verdrijven. Dit gebruik betreft enkel het reinigen van het vaginale gebied en is dus niet bedoeld als parfumering."