Anas ibn Malik (moge Allah tevreden zijn met hem) berichtte dat toen aan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) het Woord van Allah werd geopenbaard: {Voorwaar, Wij hebben voor jou een duidelijke overwinning geschonken (1), zodat Allah jouw eerdere en toekomstige zonden kan vergeven, Zijn genade over jou kan vervolmaken, jou kan leiden op een rechte weg (2) en zodat Allah jou met een glorieuze overwinning kan helpen (3). Hij is Degene die rust en vrede heeft neergezonden in de harten van de gelovigen, zodat zij sterker in geloof zouden worden en aan Allah behoren de legers van de hemelen en de aarde toe en Allah is Alwetend en Alwijs (4), opdat Hij de gelovige mannen en vrouwen in tuinen kan binnenleiden waar rivieren onderdoor stromen, om daarin eeuwig te verblijven. Hij zal hun slechte daden uitwissen en dat is een geweldige triomf bij Allah (5).} (Al-Fath: 1-5) Tijdens zijn terugkeer van Hoedaybiya, terwijl de metgezellen vervuld waren van verdriet en somberheid. Zij waren verhinderd om de Oemra te verrichten door de bepalingen van het verdrag, waarvan zij dachten dat het niet in het voordeel van de moslims was. Zij hadden hun offerdieren geslacht in Hoedaybiya. Toen zei de Profeet (vrede zij met hem): "Er is een vers aan mij geopenbaard dat mij geliefder is dan alles wat de wereld bevat." Daarop reciteerde hij dit vers.