Er werd aan de Boodschapper van Allah (vrede zij met hem) gevraagd om tot Allah te bidden tegen de polytheïsten. Daarop zei hij: “Ik ben niet door Allah gezonden om te vervloeken, om mensen uit te sluiten van Zijn genade of hen van het goede te beroven. Ik ben gezonden om een bron van goedheid en barmhartigheid te zijn voor de mensheid in het algemeen en voor de gelovigen in het bijzonder.”