De profeet (vrede zij met hem) draagt op tot het trimmen van de snor, en benadrukt dat deze niet ongemoeid gelaten dient te worden, maar veeleer zorgvuldig bijgeknipt, waarbij men niet terughoudend dient te zijn in deze handeling. Aan de andere kant draagt hij op tot het laten groeien van de baard en het ongemoeid laten ervan.