De profeet (vrede zij met hem) verduidelijkte dat als mensen zonder bewijs zouden worden toegewezen, sommigen onterecht de eigendommen en levens van anderen zouden kunnen opeisen. Daarom is het de verantwoordelijkheid van de aanklager om bewijs te leveren voor zijn aanspraak. Als er geen bewijs is, moet de zaak worden voorgelegd aan de beklaagde, en als deze het ontkent, moet hij een eed afleggen om zich te zuiveren.